Wat maakt GISSKID anders?

Tijdens interviews gaven leerkrachten aan een grote behoefte te hebben aan “de regie in handen houden”. Om die reden gaven ze ook de voorkeur aan methodes of sociale vaardigheidsprogramma’s. In de meeste sociale vaardigheidsprogramma’s en methodes wordt gesteld dat de fases van groepsvorming (Tuckman, 1965: forming, storming, norming, performing, adjourning) niet van toepassing zijn in het onderwijs. Ze bevelen dan ook aan om de “norming fase” naar voren te halen of te verspreiden over de forming en storming fase. Binnen het groepswerk is dit totaal ondenkbaar!

Inderdaad kan het model van Tuckman (of welk ander model dan ook) niet klakkeloos als blauwdruk toegepast worden op iedere groep. Binnen het groepswerk bestaan er daarom voor iedere groep andere modellen. Er bestaan modellen voor tienermoeders, jeugdige delinquenten, verslaafden, kinderen en rouwverwerking etc., maar de volgorde van de fases wordt nooit veranderd ten behoeve van de groepsleider of leerkracht zoals gesuggereerd wordt in de bekende methodes.

Een groep in het onderwijs is lastig te definiëren. Enerzijds is het een geplande groep (Cartwright & Zander, 1968), gepland door externen voor onderwijskundige doeleinden. Anderzijds heeft een basisschoolgroep ook kenmerken van een primaire groep (Toseland & Rivas, 2012) omdat kinderen vaak tot wel 8 jaar samen doorbrengen, een periode waarin vriendschappen worden gesloten, normen en waarden een belangrijke rol gaan spelen en er veel interactie plaatsvindt. Daarnaast heeft een groep in het onderwijs ook kenmerken van een gemandateerde groep (Malekoff, 2014; Nebel et al,. 1997). We kennen in Nederland een leerplicht. Kinderen hebben geen enkele invloed op bijvoorbeeld de plaats waar het verplichte leren moet plaatsvinden of de groep waarin ze worden geplaatst. Soms zouden ze liever ergens anders willen zijn. De dynamiek in geplande groepen, primaire groepen of gemandateerde groepen verschilt.

Voor mijn promotieonderzoek heb ik de dynamiek van basisschoolgroepen in Nederland in kaart gebracht. Samen met de leerkrachten die aan het onderzoek hebben meegewerkt heb ik een “diagnostisch model” ontwikkeld speciaal voor het basisonderwijs:

 

– Wat zie ik gebeuren?

– Wat heeft de groep nu nodig?

– Welke leerkracht attitude hoort daarbij?

 

GISSKID gelooft niet in “de gouden weken”, maar opteert voor “het gouden jaar”.

Een groep vraagt gedurende het hele schooljaar onderhoud. Groepsontwikkeling is namelijk geen lineair proces. De verschillende fases wisselen elkaar regelmatig af en daarom is het belangrijk dat de leerkracht in beeld heeft welke gedragingen bij iedere fase horen en weet welke interventies nodig zijn.

Op veel basisscholen blijven de kinderen gedurende hun hele basisschooltijd in min of meer dezelfde samenstelling bij elkaar. Na de zomervakantie kan daarom de formingfase al klaar zijn nog voordat ze de klas binnenstappen.

De storming fase beperkt zich niet tot de start van het nieuwe schooljaar of wanneer een groep voor het eerst gevormd wordt. Ze kan zich ook voordoen:

 

– na een vakantie

– na het weekend

– wanneer er een nieuwe leerling of leerkracht in de groep komt

– wanneer een leerling uit de groep vertrekt

– wanneer er iets ingrijpends gebeurt in het leven van een leerling

 

Het is dan van belang om terug te grijpen op activiteiten die de groep helpen bij het bewust worden van wat er aan de hand is en de groep helpen in de performingfase te komen.

Iedere fase vraagt van de leerkracht een andere attitude. GISSKID helpt leerkrachten bij het herkennen van de fase waarin de groep zich bevindt en met het afstemmen van de activiteiten en het leerkracht gedrag.